Gert Wingårdh

De architect die de Zweedse architectuur opnieuw in de internationale belangstelling heeft gebracht is verzot op hoogbouw. En dan liefst nog wolkenkrabbers die een paar honderd meter hoog zijn. Maar het Zweedse publiek is minder ingenomen met dat idee en zo komt het dat een heleboel hoogbouwprojecten nooit verwezenlijkt zijn. Er wordt echter fel over gediscussieerd en ze wekken overal de interesse van het publiek.

Toen Gert Wingårdh, want uiteraard is hij de architect over wie we het hier hebben, in de jaren 1970 voor het eerst in New York kwam, was hij teleurgesteld. De wolkenkrabbers van Manhattan waren te laag naar zijn zin, het waren helemaal niet de duizelingwekkende monolieten uit zijn verbeelding.

"In grote steden moeten hoge gebouwen staan," placht hij te zeggen telkens als er een discussie op gang kwam over een van zijn visionaire wolkenkrabbers.

Maar hij staat niet alleen bekend om zijn hoge gebouwen. Sinds zijn doorbraak aan het einde van
de jaren 1980, is hij bijzonder productief geweest. Enorme industriële gebouwen voor Zweedse multinationals zoals Astra Zeneca, eerst in Mölndal (Zweden) en daarna over de hele wereld, Waltham in Massachusetts (VS), en Manchester in Engeland. Zijn luchtverkeerstoren op de luchthaven van Arlanda bij Stockholm heeft veel belangstelling gewekt en is een van zijn hoge gebouwen die ook werkelijk zijn gerealiseerd. De toren bevat ook een kunstwerk: spiralen
van letters en woorden wikkelen zich rond zijn slanke schacht. En dan is er nog het sociaal gebouw op de Chalmers University en het Universeum Science Centre, beide in Göteborg. Tal van woningbouwprojecten hebben aandacht gekregen in de media, van de schitterende villa's op de kliffen van Bohuslän tot de onregelmatige glazen gevel van Västra Hamn in Malmö, waarachter een aantal onconventionele, luxueuze appartementen schuilgaan. En zijn dossier voor twee ambassadegebouwen reflecteert het moderne Zweden in de architectuur. De door Wingårdh ontworpen Zweedse ambassade in Berlijn werd in 1999 voltooid. En volgend jaar in de zomer wordt de nieuwe Zweedse ambassade in Washington ingehuldigd.

Een van zijn meest recente opdrachten is alleen nog maar een overeenkomst op papier een nog te ontwerpen gebouw dat net buiten Tranås in Zweden opgetrokken moet worden. Hoe het wordt ingedeeld en hoe het er zal uitzien is nog verre van duidelijk, want het project is nog maar nauwelijks in het conceptstadium. Het gaat om een nieuw kantooren fabrieksgebouw voor de meubelfabrikanten Materia en Klaessons die beide autonome bedrijven zijn binnen de Kinnarps Group. Het idee dat een kleine Zweedse provinciestad zal worden opgeluisterd door aparte architectuur van internationale allure spreekt zowel de architect als zijn cliënt Lars Bülow, CEO van Materia en Klaessons, duidelijk aan.

"Een heel opwindend project," zeggen beiden instemmend.

Het eerste gebouw van Gert Wingårdh dat ruimere aandacht kreeg was de Öijared golfclub in Lerum die in 1988 werd voltooid: voor het eerst in tientallen jaren kreeg het Zweedse publiek een interessant en goed gepland stukje architectuur te zien, ondertekend door een nieuwkomer die op dat ogenblik pas 35 jaar oud was. Dit wekte grote belangstelling het architectuurvak heeft tenslotte zijn eigen leeftijdsstructuur, en 40 wordt bijzonder jong geacht. Het beroep is zo complex en veelzijdig dat een architect doorgaans pas op latere leeftijd zijn grootste bloei beleeft. Daarom deed het clubhuis dat zo mooi harmonieerde met de beboste heuvels van Öijared en dat opviel door zijn originele en aantrekkelijke materiaalgebruik, hier en daar enkele mensen van het vak hun wenkbrauwen fronsen. Maar de Zweedse architectuur was sinds de jaren 1970 zo'n beetje aan het wegkwijnen. Grote namen zoals Gunnar Asplund en Sigurd Lewerentz, die
internationale roem hadden vergaard voor projecten zoals Skogskyrkogården, de begraafplaats in de bossen bij Stockholm die nu als werelderfgoed erkend is,waren al van het toneel verdwenen. Nieuwe grote namen zoals Peter Celsing en radicale jonge architecten zoals ELLT en FFNS waren op de tegenstand van het grote publiek gebotst toen het milieuprogramma uit die tijd en de grote afbraakwerken in bijna alle Zweedse steden plots de reacties op alle nieuwe architectuur kleurden. Alles wat nieuw en gedurfd was, werd bij voorbaat afgekeurd. Alles wat oud en charmant was, genoot bijval - en de media brachten een meer kleinsteedse visie op architectuur.
Toen deze visie na verloop van tijd ingeburgerd geraakte, had ze een ontmoedigend effect op nieuwe creaties met internationale invloed.

Het is pas nu, na 30 jaar, dat de toestand begint op te klaren. Gert Wingårdh is duidelijk een wegbereider, een hedendaags Zweeds architect die erin geslaagd is een rijke productie in binnen- en buitenland te combineren met resultaten van hoge kwaliteit.

"Licht en de democratische traditie zijn wellicht de meest typische kenmerken van de Zweedse
architectuur," zegt hij wanneer ik hem spreek in zijn auto op weg van Göteborg naar Scania. "Deze thema's vind je ook in mijn gebouwen."

Wat bedoelt hij daar precies mee?

- In de Zweedse en Scandinavische architectuur bestaat er een traditie om vooral aandacht te hebben voor de bijzondere eigenschappen van ons noordelijk licht, zegt hij. De zon die laag aan de hemel staat, de rossige schemering, kunnen als een overheersend thema in de architectuur worden toegepast. En onze houding ten opzichte van de democratie wordt weerspiegeld in de wijze waarop de gebouwen zijn ingedeeld. Zo kunnen we in de internationale opdrachten voor Astra Zeneca en Ericsson merken hoe de Zweedse bedrijfscultuur, die helemaal niet hiërarchisch en "verticaal" is zoals dat in het buitenland vaak het geval is, echt inspirerend en belangwekkend wordt geacht. Een van Gert Wingårdh's meest prestigieuze lopende opdrachten is de ambassade in Washington, waar momenteel volop aan wordt gewerkt. Ideeën over de eigenschappen van het noordelijk licht spelen hier een belangrijke rol. De ambassade, die gedeeltelijk doorschijnend is, werd ontworpen om te stralen, bijna zoals een lantaarn die van achteren verlicht wordt. De materialen zijn onder andere grote vlakken van glas en licht hout die hun omgeving weerspiegelen. De artistieke decoratie van glasontwerper Ingegerd Råman doet de grens tussen
water en glas vervagen en versterkt deze indruk nog.

"Ik behoor tot de Zweedse traditie," zegt hij. Maar hij besteedt ook veel aandacht aan discussie en
vraagstelling. Hoe moeten Zweedse steden – vooral dan hun skyline – eruitzien?

Een van zijn projecten was de Scandinavian Tower in Hyllie, Malmö. Dit 274 meter hoge kantoor- en appartementencomplex kreeg de oneerbiedige bijnaam de "pik van Hyllie". En samen met Thomas Sandell ontwierp hij de Sergel Tower, een wolkenkrabber met vooral appartementen. Die moest worden gebouwd in Sergels Torg, in het centrum van Stockholm. Beide projecten werden voorlopig in de la gestopt.

Onlangs heeft Gert Wingårdh het gewaagde voorstel gedaan om vier opvallende woontorens neer te zetten in het centrum van zijn geboortestad Göteborg. Het gebied van de Heden (heide) is groot en vlak, en bestaat voornamelijk uit grindvlakten waar wordt gevoetbald en waar af en toe een circus zijn tenten neerzet. Er laaide onmiddellijk een discussie op, maar deze keer krijgt de architect stevige lokale steun. Misschien wordt dit wel het eerst spectaculaire hoogbouwproject van Wingårdh dat ook werkelijk wordt gebouwd.

"Wat wolkenkrabbers zo fantastisch maakt is dat ze zo weinig ruimte innemen," heeft hij ooit gezegd. Zo zou de huidige oppervlakte van Heden grotendeels bewaard blijven – terwijl er tegelijk toch ook duizend nieuwe appartementen bijkomen.

Zijn carrière blijft floreren, zowel op artistiek als op zakelijk vlak. En de discussies over zijn ontwerpen blijven actueel. Of er nog opdrachten zijn waar hij van droomt?

"Vast en zeker," antwoordt hij. "Ik heb nog geen museum ontworpen dat ook werkelijk gebouwd is. Of een concertzaal! Dat is iets wat ik echt graag zou doen."

INGRID SOMMAR